Posters als representatie van identiteit
Dax Niesten
Het imago van de poptempel
In 2025 is het poppodium Paradiso moeilijk weg te denken uit het culturele veld van Amsterdam. Het pand aan de Weteringseschans opende zijn deuren in 1968 en groeide in de jaren 70 en 80 snel uit tot een poptempel, een plek waar alles mogelijk was en een cultureel thuis voor alle subgroepen in de samenleving.[i] Hoewel Paradiso tegenwoordig nog steeds meer dan alleen een poppodium ambieert te zijn, is het eerder een georganiseerde commerciële instelling geworden dan een anarchistisch vrijbuitersnest. Desondanks lijkt het imago van Paradiso nog steeds verbonden te zijn aan een beeld wat in de jaren 70 en 80 is ontstaan. Gedurende dezelfde periode was de Engelse grafisch ontwerper Martin Kaye (1932-1989) verantwoordelijk voor het ontwerpen en printen van alle poster van de evenementen van Paradiso.[ii] Deze posters hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de beeldvorming van Paradiso doordat zij functioneerden als een visuele representatie van Paradiso’s imago. In zijn werken creëerde Martin Kaye een identiteit voor Paradiso die het imago van de poptempel vandaag de dag nog steeds beïnvloedt.
Een anarchistisch letterfanaat
Martin Kaye wordt in 1932 geboren in Londen en betreedt op vroege leeftijd de wereld van de grafische vormgeving. Op zijn vijftiende begint hij namelijk als student reclameschilder en op zijn twintigste leert hij in Japan de zeefdruktechniek. Terug in Engeland besluit hij kunstenaar te worden maar wanneer hij in 1968 naar Amsterdam vertrekt wordt hij al snel de vaste postermaker van Paradiso.[iii]
Paradiso werd in 1968, hetzelfde jaar dat Martin Kaye naar Amsterdam toe kwam, onder leiding van Willem de Ridder, Koos Zwart en Ruud Tegelaar geopend als ‘Kosmies Ontspanningssentrum Paradiso’. Willem de Ridder, de stichter van het jongerentijdschrift Hitweek, wilde met het openen van Paradiso een plek voor alternatief vermaak creëren. Zijn plannen en idealen sloten aan bij de hippie-sfeer van de jaren 60 wat de programmering sterk beïnvloedde. De georganiseerde evenementen borduurde voort op zijn Provadya-formule en bestonden veelal uit experimentele acts, publieksparticipatie, vloeistofdia’s en performancekunst.[iv] Muziek speelde ook een rol maar diende als kunstvorm een ander doel dan passief vermaak. Willem de Ridders jongerenblad Hitweek zorgde voor verslaggeving van de activiteiten die in Paradiso plaats vonden. Hierdoor kwam er een publiek op Paradiso af wat zich met dit imago kon identificeren. Ze lazen de Hitkrant, waren veelal vertrouwd met Provadya-avonden, rookte jointjes en voelde zich juist thuis binnen de ongeorganiseerde chaos.[v] Hiernaast boekte Paradiso in deze eerste maanden meerdere succesvolle acts zoals Pink Floyd en Tangerine Dream. Deze elementen in combinatie met het tolerante drugsbeleid zetten Paradiso in zijn eerste maanden wereldwijd bekend op de kaart als psychedelisch centrum en poptempel.[vi]

Als het profiel van Paradiso naast het imago van Martin Kaye wordt geplaatst, worden overeenkomsten zichtbaar. Martin Kaye kan worden omschreven als een anarchistisch letterfanaat, als iemand die altijd met een jointje in zijn mond bezig was met het ontwerpen van affiches. Hij verwelkomde mensen in zijn atelier, zelfs wanneer hij druk bezig was.[vii] Deze elementen maken het aannemelijk om te bedenken dat hij zich kon identificeren met het imago van Paradiso en de idealen van Willem de Ridder en daardoor als vanzelfsprekend bij Paradiso terecht kwam. Tijdens de georganiseerde tweedaagse werkschuitmiddagen in Paradiso viel zijn grafische kundigheid op waardoor hij als postermaker in het vaste Paradiso team werd opgenomen.
Vakmanschap, DIY-esthetiek en reclamewerk
Martin Kaye kreeg een studio in de kelder van het pand en ontwierp hier tussen 1972 en 1983 1100 affiches voor de evenementen van Paradiso.[viii] Wekelijks produceerde hij twee tot drie posters: waaruit opgemaakt kan worden dat Martin Kaye een gedreven maker was. Ook de letters van de posters ontwierp hij zelf. Dit proces bestond, in een pre-digitale tijdperk, uit analoog handwerk.
Kaye ontwikkelde templates in groene film en knipte deze met de hand uit om ze vervolgens te zeefdrukken.[ix] Dit deed hij vaak met een irisdruk waarbij zwart in combinatie met een opvallende kleur leidde tot een regenboog effect. Deze ingewikkelde techniek laat zien hoe bijzonder vaardig Martin Kaye werkelijk was. Zo stralen zijn werken professioneel vakmanschap uit terwijl Kaye tegelijkertijd door zijn zelf getekende letters ook een DIY-esthetiek lijkt te omarmen – die vooral geassocieerd wordt met de punkbeweging.
De taal van de punkcultuur kan worden omschreven als een taal van weerstand. Het zet zich af tegen de heersende conventies door traditionele culturele taal te gebruiken op een experimentele manier. In afzetting tegen de massacultuur richt de punkbeweging zich op het zelf maken en organiseren van communicatie middelen, waaronder posters of ‘fanzines.’ Deze worden veelal gemaakt met middelen en technieken die weinig kosten en geen voorkennis behoeven, denk aan kopieermachines, zelf geknipte letters en collagetechnieken. De amateuristische benadering van punk druist in tegen de heersende machinale manier van produceren waardoor de punk ideologie de heersende ideeën over hoge en lage kunst negeert en mensen aanspoort om ook zonder professionele middelen zelf aan de slag te gaan.[x] In de vormgeving van de posters komt ook de ervaring van Kaye als reclameschilder naar voren. De boodschap staat centraal en moest altijd duidelijk te lezen zijn. Dit resulteerde in grote letters met een heldere boodschap die tegelijkertijd interessant oogde om de aandacht te trekken.[xi]
De combinatie van kundig vakmanschap, punkachtige DIY-esthetiek en reclamewerk geven de posters van Martin Kaye een duidelijk te herkennen eigen stijl die het imago van Paradiso als verzamelplaats van tegencultuur op een professionele manier uitdragen.

Figuur 3: [maker onbekend], Mijnhardt [producent], Dampo: geneest de zwaarste valling. Reclame. Foto: Pinterest.
Juxtapositie in beeldtaal
Eén van zijn eerdere werken voor Paradiso is een affiche voor het nieuwjaarsbal op 1 januari 1972. (Figuur 2) In dit vroege werk is de eigen stijl van Kaye al duidelijk te herkennen. Het beeld bestaat uit drie delen. Het bovenste gedeelte laat zien dat het een poster voor Paradiso is, het midden maakt duidelijk wat voor evenement het is en onderin vinden we informatie over datum, tijd en entreeprijs. Naast de informatie bestaat de poster ook uit een illustratie. Een groot naakt figuur zit met zijn of haar benen gespreid op de grond. Het figuur draagt twee maskers waarvan één rond de ogen en één om het geslacht. Het zwarte oogmasker benadrukt visueel het feit dat het een gemaskerd bal is. Het andere masker is vormgegeven als een olifantenkop en legt door de plaatsing van zijn slurf een nadruk op het geslacht. Verder wordt de buik van het figuur bedekt door tekst wat de vorm hiervan accentueert. In de tekst komt Kaye’s voorliefde voor de irisdruk terug. Door middel van deze techniek lopen de letters op de buik van een donkere naar heldere kleur wat de ronde vorm benadrukt.
In de poster komt de invloed van reclame naar voren. De toeschouwer kan de informatie vrijwel meteen lezen doordat de informatie op eenzelfde manier is vormgegeven als in de reclamewereld. Dit is bijvoorbeeld duidelijk terug te zien wanneer de poster naast een reclamebord uit de jaren zeventig voor Dampo wordt geplaatst. (Figuur 3)
Het gebruik van deze klassieke lay-out vormt een contrast met de uitdagende illustratie van het naakte figuur. Dit gebruik van juxtapositie in beeldtaal komt overeen met de werking van shock strategie die binnen de punkbeweging wordt gebruikt om zowel de aandacht te trekken als huidige conventies binnen de maatschappij te ondervragen. Zo roept Kaye’s illustratie bijvoorbeeld vragen op over het menselijk lichaam. Wat zien we hier? Is dit een man of een vrouw? Kan het ook iets anders zijn? Of waarom ervaren we naakt als choquerend?[xii]
Het feit dat Kaye alles in relatie tot de productie van de posters zelf deed sluit aan bij de DIY punk mentaliteit. Kaye zag de werken niet zag als een hogere vorm van kunst en streefde ook geen perfectie na. Desondanks hebben de werken een hoge mate van professionaliteit wegens zijn vaardigheid als grafisch ontwerper en bekwaamheid over het productieprocess. Zo bezitten de posters, net als Paradiso, een combinatie van elementen die met elkaar schuren. Enerzijds moeten ze op commerciële en professionele wijze een evenement aankondigen en bezoekers trekken, anderzijds schuurt de programmering van Paradiso met traditionele conventies binnen de maatschappij, evenals de posters.
Zo schept de poster een goed beeld van de speelse vrijheid waarmee Martin Kaye zijn letters ontwierp. Zijn letters doen meer dan alleen de nodige informatie geven, ze dragen door hoe ze eruitzien bij aan de boodschap van het beeld. Door het gehele process in eigen hand te houden, van letterontwerp tot productie, omvatten de posters niet alleen een boodschap maar reflecteren ze tegelijkertijd Kaye’s individualiteit. Deze individualiteit kan worden geïnterpreteerd als een manier om culturele hegemonie tegen te gaan door beelden met een eigen identiteit toe te voegen aan de visuele wereld.[xiii]

Figuur 5: Foto Martin Kaye uit archief. UBA616, Allard Pierson, Amsterdam.
Een vereenzelviging van boodschap en beeld
De posters van Martin Kaye hebben een belangrijke rol gespeeld in de beeldvorming van Paradiso. Doordat de belangen en idealen van Martin Kaye als maker vrijwel samenvielen met die van Paradiso kwam er in de posters zonder de specifieke richtlijnen van een huisstijl een identiteit tot stand waarin zowel de eigenheid van de maker als die van de opdrachtgever naar voren kwam. Paradiso vereenzelvigde zich door de vormgeving van Kaye met de boodschap van het beeld. Martin Kaye communiceerde tegelijkertijd door de gedeelde maatschappelijke visie een beeld dat automatisch samen viel met wat Paradiso toen der tijd wilde zijn. De overeenkomst tussen de visie van beide partijen resulteerde in een sterk beeld dat bijdroeg aan het imago van Paradiso als een bijzondere plek waar eigenheid werd gewaardeerd, ruimte was voor de andersdenkenden in de maatschappij, en wat zo sterk was dat het de identiteit van Paradiso tot op vandaag nog steeds beïnvloedt.
_______
Dax Niesten is beeldend kunstenaar, muzikant en masterstudent Kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam waar ze zich specialiseert in moderne en hedendaagse kunst. Met haar teksten richt ze zich op de relatie tussen kunst en betekenis in animaties, schilderijen en grafisch ontwerp.
_______
Dit ingekorte artikel maakt deel uit van een reeks studentenpapers geschreven voor het vak Graphic Design as a Mediator in Public Space; gegeven door fellows van het Wim Crouwel Instituut Richard Niessen en Kylièn Bergh.
Bronnen
Auteur onbekend. “Posters Martin Kaye in Pop Instituut.” Volkskrant. 27 April 2007. https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/posters-martin-kaye-in-pop-instituut~ba21c717/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F.
Auteur onbekend. “Martin Kaye: Posterman in Paradijs.” Essensie Lifestyle 118 (2007): 51-53. UBA616, Allard Pierson, Amsterdam.
A4 over Paradiso poster collectie. UBA616, Allard Pierson, Amsterdam.
A4 over Martin Kaye. UBA616, Allard Pierson, Amsterdam.
De Paepe, Leonhard. “De Esthetiek Van De Poster.” Trouw, 8 December 2008. https://www.trouw.nl/nieuws/de-esthetiek-van-de-poster~b395c75c/
Jan de Jong. “Introductie.” In Facade Alphabets Etcetera, Martin Kaye. 6. Amsterdam: De Buitenkant, 1985.
Krantenknipsels uit archief. UBA616, Allard Pierson, Amsterdam.
Mutsaers,Lutgard. 25 Jaar Paradiso: Geschiedenis van een Podium. Amsterdam: Uitgeverij Jan Mets, 1993.
Triggs, Teal. “Scissors and Glue: Punk Fanzines and the Creation of a DIY Aesthetic.” Journal of Design History 19, nr. #1 (2006): 69–83.
Website cultureel centrum Paradiso. “Paradiso.” Geraadpleegd op 23 maart 2025. https://www.paradiso.nl/info/over-ons/voorgeschiedenis-van-paradiso
Website geschiedenis beeldende communicatie. “The History of Visual Communication.” Geraadpleegd op 14 Juli 2025. https://www.historyofvisualcommunication.com/10-the-computer.
Noten
[i] Lutgard Mutsaers, 25 Jaar Paradiso: Geschiedenis van een Podium, (Amsterdam: Uitgeverij Jan Mets, 1993), 20 – 44.
[ii] A4 over Paradiso poster collectie, UBA616, Allard Pierson, Amsterdam.
[iii] Jan de Jong, “introductie,” in Facade Alphabets Etcetera, Martin Kaye, (Amterdam: De Buitenkant, 1985), 6.
[iv] De naam Provadya werd eind jaren zestig en begin jaren zeventig gebruikt voor de organisatie van evenementen voor en door alternatieve jeugd. Willem de ridder, Ruud Tegelaar en Koos Zwart kunnen worden omschreven als initiatiefnemers van dit soort avonden.
[v] Mutsaers, 25 Jaar Paradiso, 20-29.
[vi] Mutsaers, 25 Jaar Paradiso, 44.
[vii] Auteur onbekend, “Posterman in Paradijs,” 51-53.
[viii] Auteur onbekend, “Posters Martin Kaye in Pop Instituut,” Volkskrant, 27 April 2007, https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/posters-martin-kaye-in-pop-instituut~ba21c717/?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F.
[ix] De Jong, “Introductie,” 6.
[x] Teal Triggs, “Scissors and Glue: Punk Fanzines and the Creation of a DIY Aesthetic,” Journal of Design History 19, nr. #1 (2006), 76-78.
[xi] Leonhard de Paepe, “De Esthetiek Van De Poster,” Trouw, 8 December 2008, https://www.trouw.nl/nieuws/de-esthetiek-van-de-poster~b395c75c/,
[xii] Triggs, “Scissors and Glue,” 73.
[xiii] Triggs, “Scissors and Glue,” 78.